45 Robinson dagen in Koh Phra Thong, Koh Phayam, Singapore en Bunaken – deel 5: Bunaken

Na een maand rondtrekken is mijn eindbestemming in zicht: ‘Bunaken National Park’, een zee-natuurreservaat met een oppervlakte van zo’n 800 km2.

Je mag ‘in zicht’ letterlijk nemen: vanaf de haven van Manado zie je ze liggen, de vijf eilanden die deel uit maken van het park: Bunaken, Manado Tua – wat in feite een niet actieve vulkaan is – , Mantehage, Big Nain en Siladen.

Ik logeer op Bunaken (het eiland met de meeste verblijfsaccommodatie) in het KusKus resort en regel met hen ook meteen het oppikken in mijn hotel in Manado én het transport via hun eigen boot (€38). Het kan goedkoper met de publieke boot (om 14u voor slechts €3,5) maar wanneer ik voor het eerst reis naar een voor mij nieuwe bestemming gebruik ik vaak de gemakkelijkste (en helaas vaak duurste) oplossing.

Kuskus resort

Wanneer de boot op zo’n honderd meter van het resort is, mindert hij vaart en zie ik de donkere kleur van de zee veranderen. Even later varen we door kristalhelder water over het koraalrif en ik heb meteen al zin om erin te plonzen.

No words needed 🙂

Naar deze eilandengroep reis je om te duiken, om te snorkelen of om beide te combineren, verder valt hier niet veel te beleven. Op Bunaken leven een paar duizend mensen, verspreid over drie dorpjes. Elk dorp heeft zijn lagere school, een kerk en een moskee. Er loopt een soort van ringweg over het eiland die de drie dorpen met elkaar verbindt. Nu ja, ‘ringweg’ is een te groot woord voor deze baan die soms een aardeweg is (met de nodige plassen na een regenbui) en soms bestaat uit de restanten van wat vroeger een stenen weg was. Nu lijkt het alsof die gebombardeerd en nooit hersteld werd. Er rijden dan ook geen auto’s, transport gebeurt te voet of met een scooter. Goederen worden vervoerd in aanhangwagentjes die achter wat zwaardere motorfietsen hangen.

Het enige strand waar er ‘enige actie’ is, is Liang Beach. Ik bedoel daarmee dat je er wat souvenirs kan kopen en er een paar drankstalletjes zijn. Dit strand wordt vooral bezocht door (lokale) dagjestoeristen van het vasteland en de lokale jeugd (hoewel er ook twee resorts zijn).

Liang beach

De toeristische accommodatie op dit eiland gaat van homestay over basis resorts tot luxe resorts. In mijn resort betaal ik omgerekend €24 per nacht en hiervoor krijg ik een ruime (basic) houten bungalow met elektriciteit van zonsondergang tot het ochtendlicht. Drie maaltijden per dag zijn inbegrepen in deze prijs.

Het aanbieden van verblijf mét maaltijden (onder buffetvorm met gratis koffie, thee en drinkwater) is in (bijna) alle resorts gebruikelijk. Het is ideaal om je budget onder controle te houden maar…. het heeft een groot nadeel: omdat de resorts dit doen, blijft iedereen dus zitten waar hij/zij zit. Op een eiland in Thailand ontbijt je vaak in je resort en dan ga je lunchen, dineren of ergens iets drinken waar en wanneer je daar zin in hebt. Zo zie je nieuwe plaatsen en ontmoet je nieuwe mensen. Hier moet je het dus stellen met de mensen die op dezelfde plaats verblijven.

Het is laagseizoen en in mijn resort zijn we gemiddeld met drie gasten. Dan dreigt het al snel saai te worden. Maar we maken er het beste van, we praten wat, spelen kaartspelletjes en op een zaterdagavond komt het tot een heus muzikaal optreden als iemand van het eiland langskomt met een gitaar, iemand anders op een geïmproviseerd drumstel trommelt en ikzelf op de ‘mama guitar’ speel. Dat is een zelfgemaakte staande bas met één snaar. Big Fun!

Muzikaal optreden 🙂

Maar wat ik dus wou zeggen: je reist naar Bunaken om te snorkelen en/of te duiken.

Aan duiken waag ik me niet (heb licht claustrofobische neigingen) maar om te snorkelen mag je me steeds wakker bellen.

Op het water drijven, je hoofd net onder het wateroppervlakte en pal onder je de wondere wereld van tropische vissen en koralen. Wat mij betreft mag je dit vergelijken met ruimtereizen: je zit plots in een compleet andere wereld. Je zweeft (zeker wanneer je een reddingsvest aanhebt) als het ware door een ruimte en door je duikbril en het ademhalen door een snorkel lijkt het ook alsof je een ruimtepak aanhebt. Maar goed, ik heb dan ook veel verbeelding…

In Thailand heb ik een aantal plaatsen bezocht die volgens de reisgidsen en lokale promotors tot de beste snorkelplaatsen ter wereld behoren. Hoewel ik op die locaties heel veel moois gezien heb gezien, viel het toch steeds op dat het koraal overal stervende is. Ik heb geen enkele plaats gezien waar meer dan twintig procent van het koraal nog leeft. Visjes genoeg, maar het mooie, kleurrijke koraal dat je wellicht kent van natuurdocumentaires is er niet meer. Dat komt door een combinatie van factoren: vervuiling, teveel toeristen, snorkelboten die verkeerd ankeren, verkeerde vismethodes en – vooral – de opwarming van de zeeën, die het zogenaamde ‘coral bleaching’ veroorzaakt. Koraal is erg kwetsbaar en de voorbije twintig jaar zijn er een aantal plotse wijzigingen in de temperatuur van veel oceanen voorgevallen. Hierdoor verdween de kleur van heel veel koraalsoorten en sommige overleefden het ook niet. Het is helaas een wereldwijd probleem.

Het is dus met een bang hart dat ik in Bunaken voor de eerste keer het water inga.

De eilanden zijn in theorie de natte droom van iedereen die graag onderwater wil. Het zijn als het ware bergen waarvan het topje net boven water uitsteekt. Op gemiddeld zo’n honderd meter van het strand duikt de rand van elk eiland loodrecht de dieperik in. Soms voor een paar honderd meter maar soms gaat het ook wel anderhalve kilometer naar beneden. De wanden (dropdowns in duikerstermen) zijn tot op 25 à 50 meter diepte begroeid met koraal en ook het rots-platform dat net voor de dropdown ligt, is ideaal voor het vormen van koraaltuinen.

Snorkelparadijs

En dus stap ik van het strand het water in. De eerste twintig meter is zand, daarna volgt een strook van een meter of dertig dat begroeid is met zeegras, en dan beginnen de rotsen… De eerste felblauwe vissen duiken op, en dan komt het koraal… Is het grijs en vergruizeld? Hier en daar wel. Maar dan zie ik kleur, nog meer kleur, en levend koraal. Harde koralen, zachte koralen, honderden vissen en, plots, net voor mij: de dropdown. De zon breekt door het water, doet het koraal oplichten en man, o man: wat is het mooi. Ik vergeet bijna te ademen. En wat voor vis is dat daar rechts voor mij? Nu nog diep maar het zwemt mijn richting uit. Het is geen vis: het is een zeeschildpad!

Mijn snorkelgeluk kan niet meer op. Twee à drie keer per dag ga ik het water in.

De variëteit aan vis en koraal is indrukwekkend. Zowat zeventig procent van alle vissoorten die in de Indische Oceaan voorkomen kunnen hier gespot worden. Er zijn bijna vierhonderd soorten koraal… Ik zwem van de ene verbazing in de andere.

Ik ben absoluut geen kenner van vissoorten maar ik herken toch vele soorten: clownvis, kreeften, zeeslangen, schelpen, lipvissen, vlindervissen… en bij bijna iedere tocht zie ik een of meerdere zeeschildpadden. Soms van ver, maar een paar keer zwemmen ze zo dichtbij dat ik ze bijna kan aanraken (wat je uiteraard beter niet doet). De meest voorkomende soort is de groene schildpad, maar ik zie op een keer ook een enorme kolos van bijna twee meter waarvan ik vermoed dat het een lederschildpad is.

Ik snorkel vanaf het strand maar van zodra er een boot met duikers vertrekt, vaar ik tegen een zacht prijsje (€7) mee om rond de duikplaatsen te snorkelen.

Niet dat het overal even sprookjesachtig is. Met name op de plateaus (voor de dropdowns) zie je op vele plaatsen schade en dood koraal. Die is enerzijds historisch te verklaren (vroeger viste men hier ook met dynamiet…) en anderzijds dreigen de eilanden slachtoffer te worden van hun eigen schoonheid. De boten met snorkelaars die opereren vanop de eilanden gaan meestal op een verantwoorde manier met deze omgeving om. Helaas zijn er ook nogal wat ‘cowboys’ die opereren vanop het vasteland en die proppen dan zoveel mogelijk toeristen (binnen- en buitenlandse) op een boot en laten ze snorkelen zonder enige vorm van uitleg. Zo zie ik een boot vol luidruchtige Chinezen. Ze breken koraal af en gaan gewoon rechtstaan op de koralen… op een koraalrots vlak voor mijn resort zie ik zelfs dat er Chinese namen in gekerfd staan… zo kan het natuurlijk snel achteruit gaan.

Bij het snorkelen voor het eiland Siladen zie ik dan weer initiatieven om nieuw koraal te kweken aan bamboe constructies. Ook goed: de visvangst binnen dit natuurpark beperkt zich grotendeels tot het vissen met de hengel vanop smalle tweepersoonsbootjes.

Lokale vissers

Wilde dolfijnen spotten

Je kan ook op dolfijntocht en dat doe ik ook. Standaardprijs is €100 per boot, twee of drie snorkelstops inbegrepen. Het is dus aan te raden de boot met een aantal mensen te delen.

Dolfijnen zwemmen in volle zee, er is dus geen garantie dat je ze ook effectief ziet, maar volgens de gids is de kans erg groot. En hij heeft gelijk. Na minder dan een uur varen zitten we midden in een groep van zo’n zeventig dieren. Ze springen uit het water, zwemmen langs en onder de boot door. Ik zie een moeder met jong, in perfecte harmonie zij aan zij; op een meter of vijftig duiken twee dieren loodrecht het water uit. Het is kortom een prachtige ervaring.

Dolfijnen zien zwemmen in volle zee: een prachtige ervaring.

Enkele tips

Nog een weetje: je moet (als bijdrage voor het onderhoud van het park) een toegangspasje van zo’n €10 kopen. Dat hoor je steeds bij je te hebben, zowel op zee als op het vasteland. Er wordt (gelukkig) gecontroleerd, op een van de snorkeltrips komt een politieboot langszij, we zijn met alles in orde…

En nog wat raad (ik kan het niet laten…):

=> Let op bij het snorkelen. De stroming is soms ontzettend sterk, vraag uitleg aan de mensen van het resort over de plaatsen waar je in geval van sterke stroming gemakkelijker terug aan land kan.

=> Draag een T-shirt en gebruik voldoende zonnecrème. Je zit hier op een boogscheut van de evenaar, hoewel je door het water het branden van de zon bijna niet voelt, ben je binnen de kortste keren verbrand.

=> Op het eiland worden lokale souvenirs verkocht. Het is een leuk idee om iets te kopen dat uit kokosnoot gemaakt is of een T-shirt of zo. Koop echter geen grote schelpen. Die worden illegaal uit het koraal gehaald. Ze zijn mooi maar je helpt op die manier mee aan de achteruitgang van het rif.

De tijd vliegt en de realiteit roept. Ik verlaat na veertien dagen het eiland met de ‘public boat’, (€3,5 – vaart om 9u). Ik kom aan om 10u en dan is het nog een klein uurtje met de taxi naar de luchthaven. Via Singapore en Zurich vlieg ik terug naar Brussel.

Het was een geweldige trip. Bedankt om een beetje met me mee te reizen!

Dit artikel werd geschreven door Frank Vermang:

Hij houdt van muziek, reizen en boeken. Drie hobby’s die hij niet alleen passief maar ook actief beoefent. Na bijna twintig jaar reizen door Zuidoost-Azië wil hij je graag laten meegenieten van deze nieuwe trip.

Wil je nog meer lezen? Dat kan: in 2014 verscheen zijn eerste boek: ‘DUBBE ::: Oostende – Rock&Roll’. Dit boek is helaas uitverkocht maar van zijn tweede boek ‘Blitzkrieg Rob’ (verscheen vorige zomer) zijn er nog een aantal exemplaren voorradig. Meer info en bestellen kan via de Facebook pagina.

 

Heb je zelf ook interesse om een leuke gastblog te schrijven voor Zuidoost-Azië Magazine? Neem dan contact op via dit formulier.

Laatste Superdeals