Battambang: niets te zien – maar dat moet je gezien hebben!

De meeste mensen die Cambodja bezoeken doen dat in maximaal een week of 2. De highlights Angkor en Phnom Penh staan meestal op de planning, net als een paar dagen relaxen aan het strand van Sihanoukville of op Koh Rong. Cambodja heeft echter veel meer te bieden en wij zijn er na onze eerste maand rondreizen dan ook nog steeds niet op uitgekeken. We denken er hard over om terug te keren, om de plekjes die we vorige keer oversloegen te gaan verkennen. De minder bekende plekken van het land zijn namelijk minstens zo bijzonder en op een bepaalde manier zelfs specialer. Eén van die bijzondere plekken die we de vorige keer wel bezochten, is Battambang.

Waar ligt Battambang?

Deze koloniale stad is de 2de stad van Cambodja en ligt in het noorden van het land. Ondanks dat het dus best een plaats van redelijk formaat is, heb je dat helemaal niet in de gaten als je er bent. Het centrum doet aan als een stoffige provinciehoofdstad en alles lijkt er een stuk kalmer te gaan dan in het grote Phnom Penh. Met de bus bereik je Battambang in een paar uurtjes vanuit Phnom Penh of Siem Reap.

En wat is er zo bijzonder dan?

Dat is ‘t ‘m nou net! Eigenlijk niks. En dat maakt het dan weer zo’n bijzondere stad. Hier zie je het leven van alledag. De gewone Cambodjaan die op z’n scootertje naar zijn kantoorbaan tuft, de straatschoffies die al bedelend een maaltje bij elkaar proberen te scharrelen in één van de drukkere straten en de marktkoopman die hard werkt om zijn hoofd boven water te houden. In de omgeving zijn een aantal tempels, die beslist niks spectaculairs zijn, maar die gewoon leuk zijn om te bezoeken. Vooral de rit er naartoe is geweldig om te maken. Ook is er een bamboetrein die wat bezoekers aantrekt. Je kan dan een uurtje op een karretje, bestaand uit een ijzeren frame en wat bamboelatjes, het spoor over denderen. Een leuke belevenis, maar niet helemaal ons ding. Wij sloegen daarom deze attractie over, ondanks dat het volgens sommigen het leukste is dat Battambang te bieden heeft. Wat we er wel deden? Rondtuffen. Op ons scootertje. 🙂 Niks meer en niks minder. En we genoten van elke minuut.

Op pad

In Battambang zijn niet veel aanbieders van scooters of fietsen, maar het loont om toch te zorgen voor eigen vervoer. Op die manier heb je de ultieme vrijheid om te gaan en te staan waar je wilt en om in een relaxt tempo een kijkje in de omgeving te nemen. Het had wat voeten in de aarde om 2 geschikte vervoersmiddelen te vinden, maar een uurtje later tuffen we dan eindelijk de straat uit.

Helemaal klaar om Battambang te verkennen 🙂

Misschien wel handig om te weten dat je ook in Cambodja een motorrijbewijs nodig hebt om op de meeste scooters / motorbikes te mogen rijden. Ga je zonder dat rijbewijs op pad ben je onverzekerd. Het verkeer in Battambang is niet enorm druk, maar elk ritje heeft dan toch haar eigen risico. 

De juiste weg vinden

Wij nemen het risico, na inmiddels redelijk wat ervaring op de motorbike te hebben opgedaan en zoals gezegd, is de stad zelf al niet erg druk, maar zodra we het centrum uit rijden is er helemaal niet veel meer te beleven op de weg. Die weg wordt ook al gauw van mindere kwaliteit, om tenslotte over te gaan in een zandpad, met wel heel mul zand. Niet echt een aanrader als je ’s avonds weer veilig thuis wilt komen. We stoppen, werpen een blik op ons gekopieerde kaartje, door de eigenaar van het hotel zelf in elkaar geflanst, en maken rechtsomkeert. De weg naar één van de andere tempels zou een highway moeten zijn, maar ook hier is het stof happen. Al gauw zitten onze neus, wenkbrauwen en ogen vol fijn zand en we snappen ineens een beetje beter waarom veel mensen hier met een lap voor hun mond rondrijden. Dat heeft met de uitlaatgassen, waar we eerst aan dachten, waarschijnlijk niet zoveel te maken.

Puur genieten

Drie maal is scheepsrecht en na een nieuwe blik op het kaartje en wederom een koerswijziging zijn we goed weg. Het is een verhard pad dit keer, want veel meer kan je het niet noemen. Als twee auto’s elkaar zouden tegenkomen zou het nog een interessant schouwspel opleveren, maar we komen eigenlijk alleen zo nu en dan een andere motorbike tegen. Toch is het hier alles behalve uitgestorven. Overal zijn mensen aan het werk. Aan de kant van de weg stopt een dametje takken in een zelfgemaakt kleioventje, aan de rand van een meertje wordt door een leuk koppel een nieuwe laag teer op een boot aangebracht, een meisje legt plakken banaan in de zon te drogen en achter de volgende bocht zien we grote rookpluimen opstijgen uit een schoorsteen. Als we afstappen blijkt het een loempiafabriekje te zijn, waar van rijstpap loempiavellen gefabriceerd worden. We maken een geïmproviseerd praatje en ondanks dat we elkaar amper kunnen begrijpen voelen we dat we hier zeer welkom zijn en worden we vriendelijk toegelachen.

Eindelijk een tempel

We maken nog wat meer stops en zo komt het dat het uiteindelijk al middag is voordat we eindelijk een tempel zien. De Wat Ek Phnom is een deels ingestorte en deels nog in gebruik zijnde tempel in dezelfde stijl als Angkor Wat, met als grootste verschil dat we hier de enige bezoekers zijn. Heel spectaculair is de tempel ook niet, maar het is fijn om een doel te hebben op je ontdekkingstocht. Als we onze scootertjes weer op stappen, besluiten we niet rechtstreeks terug te rijden naar de stad, maar om nog wat te genieten van de omgeving. We rijden net het bruggetje aan de overkant op als we een leuk muziekje horen.

Wat Ek Phnom

Cambodjaans ijs

De ijscoman rijdt ons tegemoet en van alle kanten komen kinderen aanrennen. In hun handen een paar muntjes, die ze ruilen voor ware kunstwerken. Deze ijscoman verkoopt namelijk geen Magnums of zelfs raketjes, maar hij perst wat afgeschraapt ijs in een leuk vormpje, giet er een scheutje vloeibare kleurstof overheen en voilà: een lachend gezicht! Bijzonder om te zien hoe blij deze kids met zoiets eenvoudigs kunnen zijn. Wij wagen ons niet aan dit ijs, maar tuffen genietend van het vredige leventje om ons heen terug naar Battambang, waar we pas tegen het eind van de middag aankomen. Wat we hebben gezien? Eigenlijk niet veel bijzonders, maar tegelijk toch zo waanzinnig veel!

Speciale ijsjes in Battambang 🙂

Dit artikel werd geschreven door Yvonne van der Laan.

Yvonne van der Laan is graag en regelmatig op pad met gezin en camera, om de wereld te ontdekken. Relatief dichtbij huis, maar liefst ook op een avontuurlijke, verre bestemming. Zo reisde zij met haar gezin al 2 keer naar India, naar Zuid-Afrika, Sri Lanka en Marokko.

Heb je zelf ook interesse om een leuke gastblog te schrijven voor Zuidoost-Azië Magazine? Neem dan contact op via dit formulier.

Laatste Superdeals