De Indonesische samenleving

De Indonesische samenleving is een erg complexe puzzel.  Indonesië kent meer dan 300 verschillende etnische groepen die samen meer dan 700 verschillende talen spreken en over bijna 1000 verschillende eilanden verspreid wonen…

Druk, druk, druk

De Indonesische samenleving kampt met overbevolking, zeker in steden zoals Jakarta.

Druk in Jakarta (foto: Jimmy McIntyre)

De Indonesiërs zijn met veel. Heel veel. Zo’n 240 miljoen in totaal – and counting: de bevolking groeit ongelooflijk snel. Alleen al op Java komen er elk jaar 3 miljoen mensen bij. Daarmee heeft Indonesië de vierde grootste bevolking van de wereld: enkel China, India en de VS hebben meer inwoners. Bovendien hokken vele Indonesiërs samen in de steden op Java, omdat dat het centrum van het land is. Velen trekken weg van het platteland of de eilanden in de periferie en zoeken hun geluk in de stad. Overbevolking is dan ook één van de grootste uitdagingen voor de Indonesische samenleving. Dat is de reden waarom de overheid een bevolkingspolitiek voert waarin het adviseert om maximaal twee kinderen te hebben. Maar dat staat haaks op de tradities van de bevolking. Veel kinderen betekent immers meer inkomsten en meer zekerheid dat er iemand voor je zal zorgen op je oude dag. Bovendien is de meerderheid van de Indonesische samenleving moslim en volgens de islam is een kinderrijk gezin de wil van God.

 

Transmigrasi

De Indonesische overheid probeert met haar ‘transmigrasi’-programma om de dunbevolkte gebieden op de buiteneilanden te bevolken, vooral Sumatra, Sulawesi, Kalimantan en Irian Jaya. Concreet krijgt elke Indonesiër die vanuit Java, Bali of Madura naar daar verhuist een stuk land, een huis en het nodige materiaal om het land te bewerken. Bovendien garandeert de overheid anderhalf jaar lang een inkomen. Als de verhuizers 5 jaar het land bewerkt hebben, krijgen ze het ook effectief in eigendom. Zo’n 70 miljoen Indonesiërs moeten op die manier de dunbevolkte eilanden bevolken. Dat lijkt op het eerste zicht een goed idee, maar het is nogal overhaast uitgevoerd. Zo werd de bodemkwaliteit niet altijd goed bestudeerd en kwamen er gezinnen terecht op quasi onvruchtbare grond. Met misoogsten en hongersnood tot gevolg. Om landbouwgebied te creëren zijn bovendien heel wat stukken regenwoud gesneuveld door middel van slash-and-burn. Niet alleen een ecologische ramp, maar ook een bedreiging voor veel lokale jager-verzamelaar stammen die plots hun actieterrein in vlammen zagen op gaan. De transmigrasi-politiek is dan wellicht ook niet dé oplossing voor het overbevolkingsprobleem.

 

De Indonesische samenleving: een puzzel

De Sasaks zijn een etnische groep die je op Lombok terugvindt.

De Sasaks vind je op Lombok (foto: Jos Dielis)

De Indonesische samenleving bestaat uit meer dan 300 verschillende bevolkingsgroepen verspreid over de ganse archipel. Dat op zich al maakt van Indonesië een enorme puzzel. En de verschillen tussen die groepen zijn aanzienlijk. Niet alleen op religieus en cultureel vlak, maar ook op taalkundig vlak: er worden meer dan 700 verschillende talen gesproken in Indonesië. Om het helemààl moeilijk te maken verschillen de groepen vaak ook nog op het vlak van ontwikkeling: sommige groepen bestaan nog uit traditionele jager-verzamelaars, andere behoren dan weer tot de elite van de grote (verwesterde) steden.
De Javanen zijn met 42% de grootste bevolkingsgroep van Indonesië. Zij bevolken voornamelijk Midden- en Oost-Java. Cultureel en politiek domineren ze de Indonesische samenleving, vaak tot groot ongenoegen van de andere bevolkingsgroepen. De Soendanezen zijn met 25% de tweede grootste groep, zij leven op West-Java. Verder zijn er onder meer nog de Madurezen, de Minangkabauers (West-Sumatra), de Balinezen (1,5%), de Makassaren (Zuid-Sulawesi), de Bataks (Noord-Sumatra), de Toraja’s (Sulawesi), de Dajaks (Kalimantan) en de Sasaks (Lombok).
De Chinezen vormen in de Indonesische samenleving een kleine minderheid, maar ze zijn vaak kop van jut. Ze zijn immers sterk vertegenwoordigd in het handelsleven en vaak erg welgesteld. Dat zet al eens kwaad bloed bij de minder gegoede Indonesiërs.

 

Pancasila

Honderden etnische groepen, honderden talen, duizenden eilanden… hoe hou je zo’n samenleving in godsnaam samen? Het invoeren van Bahasa Indonesia als officiële taal moest daar een stuk bij helpen. Het vervangt niet de vele lokale talen, maar het is wel overal aanwezig en bijna alle Indonesiërs begrijpen en spreken het. Dat bevordert in aanzienlijke mate de communicatie en samenhang tussen de verschillende groepen uit de Indonesische samenleving. Maar daarnaast toverde Soekarno in 1945 ook nog de Pancasila (spreek uit als Pantjasiela) uit zijn hoed, de staatsfilosofie. Zie het als een soort ideologie, een beginsel waarop de Indonesische samenleving is gebouwd en waar alle Indonesiërs kunnen achter staan. Het bestaat uit 5 morele principes:

  1. Geloof in de ene en enige God. Wie die God dan is, dat mag je zelf vrij kiezen. Er is met andere woorden vrijheid van godsdienst.
  2. Rechtvaardige en beschaafde menselijkheid
  3. Nationale eenheid van Indonesië
  4. Democratie gebaseerd op een harmonische en eendrachtige besluitvorming. Een consensus bereiken is een belangrijk onderdeel van het politieke besluitvormingsproces.
  5. Sociale rechtvaardigheid voor de hele Indonesische bevolking

 

Religie

Het eerste principe van de Pancasila garandeert de godsdienstvrijheid. In de praktijk is de Indonesische samenleving overwegend islamitisch. Ongeveer 87% van alle Indonesiërs is moslim, van de soennitische strekking. Daarmee is Indonesië de grootste islamitische staat ter wereld. Bali vormt hierop een uitzondering. Het eiland bestaat bijna uitsluitend uit hindoes. Over heel Indonesië is zo’n 2% van de bevolking hindoe. De christenen zijn goed voor 9,5%. En verder zijn er nog boeddhisten, taoïsten en confucianisten.

 

 

 

 

Laatste Superdeals